De onderbouw - de lessen

Aardbol

Het onderwijs in de onderbouw heeft plaats in:

  1. het periode-onderwijs
  2. de verteltijd
  3. de oefenuren
  4. de vaklessen

a. Periode-onderwijs

De groepsleraar geeft de eerste uren van de dag periode-onderwijs. Hierin wordt gedurende drie of vier weken hetzelfde vak gegeven. Vaak ligt hier de eerste kennismaking met nieuwe leerstof. Dagelijks bouwt de leraar voort op het voorafgaande, waardoor diep op de stof kan worden ingegaan en de kinderen zich ermee kunnen verbinden. Gevoelens van leergierigheid, vreugde en verrassing zijn hiermee verbonden. Omdat in elke periode weer een ander vak of vakonderdeel centraal staat krijgt de nieuwe leerstof de kans tussentijds te "bezinken".

De groepsleraren ontwerpen zelf de lessen voor het periodeonderwijs, waarbij het vrijeschool-werkplan "Ik zie rond in de wereld..." als leidraad geldt.
In de periodeschriften werken de kinderen de lesstof uit. Op deze wijze maken zij voor de periodestof hun eigen "boek".

Aan het begin van een schooljaar maakt elke groepsleerkracht voor zijn leerjaar een perioderooster, waarin de periodestof voor het betreffende leerjaar een plaats krijgt.

In de loop van de onderbouw worden de volgende vakgebieden als periodeonderwijs gegeven:

Nederlandse taalplantkunde
rekenen/wiskundemenskunde
leefomgevingmineralogie
aardrijkskundemeetkunde
geschiedenisnatuurkunde
dierkunde

b. Vertelstof

In aansluiting op de leeftijd van kinderen loopt de vertelstof als een rode draad door de klassen heen. Hier wordt in sprookjes, mythen en historische verhalen iets overgedragen uit ons cultureel erfgoed.
Veel van deze verhalen vertellen ons in rijke beelden iets over de ontwikkelingsweg van mens en mensheid.

In:

groep 3 sprookjes
groep 4 fabels en heiligenlegenden
groep 5 het Oude Testament
groep 6 Noors-Germaanse mythologie
groep 7 Griekse mythologie en geschiedenis van de oude culturen (India, Perzië, Babylonië, Egypte en Griekenland)
groep 8 Romeinse mythologie, geschiedenis van de Romeinse cultuur en middeleeuwse verhalen

c. Oefenuren

Aardrijkskunde

Oefenuren zijn bedoeld om vaardigheden, die kinderen door regelmatige oefening onder de knie gaan krijgen, meer systematisch in te oefenen. Het gaat hierbij om vaardigheden op het gebied van lezen, spellen en rekenen. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van bestaande leer- en werkboeken.

d. Vaklessen

De kunstvakken, vreemde talen, verkeer, tuinbouw en gymnastiek worden over het algemeen in wekelijks terugkerende uren gegeven.

In de kunstvakken wordt kinderen geleerd op een andere manier naar de wereld en naar zichzelf te kijken. Kunst is hierbij niet alleen bedoeld als versiering, maar als een manier waarop je vorm kunt geven aan de dingen.

Bij de kunstvakken gaat het om:

tekenenhandwerken
schilderentoneel
vormtekenenmuziek
boetsereneuritmie
handenarbeid

In de muziekles wordt ook gespeeld op de bamboefluit. Deze fluiten worden in groep 4 of 5 door de kinderen met hulp van ouders en leraren gebouwd.

Euritmie is een bewegingskunst, waarin de kinderen taal en muziek via gebaren en beweging leren ervaren. Euritmie ondersteunt de gehele ontwikkeling van het kind en sluit aan bij de verschillende vakken die op onze school gegeven worden. Euritmie wordt gegeven door een gediplomeerde euritmieleerkracht.

De vaklessen Engels en Duits worden bij ons op school vanaf groep 3 spelenderwijs aangeboden. Zo raken de kinderen al jong vertrouwd met die taalklanken.

De overige vaklessen zijn: verkeer in elk leerjaar, tuinbouw in groep 7 of 8, speltijd in groep 3 en 4 en gymnastiek vanaf groep 5. In de speltijd staan vooral de kring-, zang- en bewegingsspelen centraal.

Bewegen, beleven, verwerken

Op onze school gaat het er beweeglijk aan toe. In de rekenles zijn handen en voeten net zo actief als het hoofd. Bij taal wordt, behalve lezen en schrijven, ook getekend, gezongen en toneel gespeeld. Er zijn natuurlijk ook veel stille momenten: in het beschouwelijke deel van de les, tijdens verhalen en tijdens het zelfstandig werken. Dan kan de beweging tot rust komen en als leerervaring beklijven.
Steeds gaat het erom de leerstof bij de kinderen tot leven te brengen en daarmee tot beleven. Wat tot beleven is gebracht kan bezinken in het gevoel en wordt zo in het kind verankerd.

Kerndoelen

Het leerplan van de school voldoet volledig aan de door de overheid vastgestelde kerndoelen.

Groepenpresentatie

Handenarbeid groep 6

Regelmatig laten de klassen aan elkaar zien waar zij in de lessen gezamenlijk aan gewerkt hebben. Dit gebeurt tijdens de groepenpresentaties en de toneeluitvoeringen.
Ouders en belangstellenden zijn hierbij welkom. De data van de groepenpresentaties zijn opgenomen in het activiteitenoverzicht. Toneeluitvoeringen worden via het weekbericht en affiches bekend gemaakt.

Computer

De computer speelt als lesmateriaal op onze school een relatief kleine rol. In de lagere groepen geven wij voor het verwerven en verwerken van leerstof de voorkeur aan leeractiviteiten waarbij zij zo volledig mogelijk met hoofd, hart en handen betrokken zijn. Soms wordt de computer gebruikt als hulpmiddel bij kinderen die specifieke oefening nodig hebben voor bijvoorbeeld rekenen en taal. Vanaf groep 6 wordt de computer door de kinderen meer gebruikt in het onderwijsleerproces (als tekstverwerker, voor werkstukken en projecten). In het periodeonderwijs heeft het eigen (hand)schrift en de fantasierijke kunstzinnige verwerking de voorkeur.